Misschien heb jij ook ergens een notitieboekje liggen met vijf beschreven bladzijden en daarna niets meer. Meestal begint het in januari, of na een vakantie, of op een avond dat je ergens mee zat. De eerste dagen gaat het vanzelf. Dan sla je er een over, dan nog een, en ineens is het maart.
Dat ligt zelden aan discipline. Het ligt vaker aan hoe je begonnen bent: met te hoge verwachtingen van wat een dagboek moet zijn.
Maak het kleiner dan je denkt
De grootste reden om te stoppen is dat schrijven voelt als werk. Je denkt dat een dagboekstuk een paar alinea’s moet zijn, met een begin en een eind. Dat hoeft niet.
Dit is een complete notitie:
Hele dag regen. Beetje gelezen, beetje uit het raam gekeken. Prima dag eigenlijk.
En deze ook:
Met de fiets naar werk, wind mee voor de verandering. Tien minuten eerder binnen.
Eén of twee zinnen. Als je meer wilt schrijven, schrijf je meer. Maar de lat ligt bij één zin, zodat je hem ook haalt als je moe bent.
Koppel het aan iets wat je al doet
“Ik ga elke avond schrijven” is een voornemen. “Als ik de wekker zet, schrijf ik één zin” is een plan. Het verschil is dat je bij het tweede niet hoeft te onthouden dat het moet.
Goede momenten zijn dingen die je hoe dan ook elke dag doet: in de tram naar huis, na het afwassen, met de eerste koffie. Kies er één en probeer het een week.
Een overgeslagen dag is geen mislukking
Hier gaat het vaak mis. Je mist een paar dagen, je voelt je schuldig, en het schuldgevoel maakt het lastiger om weer te beginnen. Want dan moet je eerst die gemiste dagen “inhalen”.
Dat hoeft niet. Een dagboek met gaten is nog steeds een dagboek. Pak het gewoon weer op bij vandaag. Als er in die tussentijd iets was wat je wel wilt bewaren, schrijf je dat erbij onder de datum waarop het gebeurde, maar alleen als je daar zin in hebt.
Een paar dingen die helpen om na een pauze weer in te stappen:
- Begin met één zin over vandaag, niet met een samenvatting van de afgelopen weken.
- Lees iets terug wat je eerder schreef. Vaak krijg je daar zin van.
- Neem een vraag als startpunt. In dagboekvragen voor elke avond staan er genoeg.
- Schrijf over iets heel kleins: wat je at, wat je rook toen je naar buiten ging.
Geen zin om te typen? Praat het in
Sommige avonden ben je te moe om een toetsenbord aan te raken, maar vertellen gaat nog wel. Hardop vertellen wat je deed gaat dan soms makkelijker dan het opschrijven. Het leest daarna ook anders: losser, meer zoals je praat.
Een vaste vorm helpt soms
Een leeg blad is voor de één vrijheid en voor de ander een muur. Als je merkt dat je niet weet waar je moet beginnen, probeer dan een vaste vorm. Elke avond drie dingen waar je dankbaar voor was, bijvoorbeeld (zie het dankbaarheidsdagboek). Of steeds dezelfde drie vragen over je dag.
Je hoeft niet altijd dezelfde vorm te gebruiken. Op een dag dat je iets droomde wat je wilt onthouden, schrijf je over je droom. Op een reisdag over waar je was. Wissel gerust.
Lees af en toe terug
Het leukste aan een dagboek merk je pas na een tijdje: als je terugleest. Die gewone dinsdag in oktober waar je niks bijzonders over schreef, blijkt een half jaar later precies het soort dag te zijn dat je anders vergeten was.
Terugbladeren is ook een goede reden om door te gaan. Wie ziet dat er al een maand aan notities staat, laat het minder snel lopen.
Zo doe je het in Ownmost
Ownmost is gemaakt om drempels weg te halen. Je hebt geen account nodig, en alles staat alleen op je eigen apparaat; schrijven en lezen werkt ook zonder internet. Vergeten te schrijven? Je kunt een notitie ook onder een eerdere datum zetten. Te moe om te typen? Tik op de microfoon en spreek in; je woorden komen als tekst in het vakje waar je mee bezig bent, er blijft geen opname bewaard, en de notitie krijgt het label “Ingesproken”. In de kalender zie je met kleine icoontjes welke dagen je schreef en in welke opmaak. Wil je eerst rondkijken, probeer het dan in je browser, met een maand aan voorbeeldnotities.